Kaderrichtlijn Water (KRW)

Wij verantwoorden ons volgens de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW), een richtlijn voor de bescherming van grondwater en oppervlaktewater.

Iedere zes jaar rapporteren wij over onze wateren. Hiervoor zijn in ons gebied opgeteld 16 beken, kanalen en meren aangewezen. De gegevens van die wateren worden via het stroomgebiedbeheerplan Eems verantwoord aan de Europese Commissie.

In goede toestand

We moeten voor de beken, kanalen en meren een goede toestand bereiken. Hiervoor zijn ecologische en chemische doelen vastgesteld. Doelen die passen bij de omstandigheden. Dus bijvoorbeeld een kanaal met een scheepvaartfunctie en nauwelijks ruimte voor natuurvriendelijk oevers heeft een ander doelwaarde dan een kanaal waarbij die ruimte er wel is. Dit verschil geldt ook voor beken in een gebied met meerdere gebruiksfuncties of een beek die grotendeels door natuurgebieden stroomt. Soms moeten doelen worden bijgesteld, omdat het verkeerd is ingeschat, of omdat de situatie gewijzigd is.

Hoe staan we ervoor

Zo’n 30% van onze waterlichamen voldoet aan het biologische doel. Voor de voedingsstoffen geldt dat 87% van de waterlichamen voldoet aan het fosfaatgehalte, maar voor 25% van de waterlichamen is er nog een te hoog stikstofgehalte. De grootste opgave ligt nog in de overschrijding van stoffen, die we in 94% van de waterlichamen aantreffen. In 75% van de waterlichamen is het ammonium gehalte te hoog. Daarnaast vinden we in sommige waterlichamen te hoge concentraties metalen en gewasbeschermingsmiddelen.

Er ligt nog een opgave

We hebben nog tot 2027 om in al onze wateren een goede toestand te bereiken. Hoe we dit willen doen staat in ons (ontwerp-)waterbeheerprogramma. We gaan ervan uit dat we daarmee de doelen halen. In 2024 volgt een tussenevaluatie. Blijkt dan dat we de doelen niet gaan halen, dan moeten we op zoek naar alternatieven.

We namen de afgelopen jaren al veel maatregelen

Meerdere beken zijn verbeterd. Denk aan de hermeandering van de Ruiten Aa, de Hunze en de Drentsche Aa. We hebben in ons hele gebied vispassages aangelegd, natuurvriendelijke oevers in kanalen aangebracht en aanpassingen gedaan in enkele meren. Allemaal maatregelen die van invloed zijn op de waterkwaliteit. Hier gaan we de komende jaren mee door. Daarnaast komt er meer aandacht voor aangepast beheer en onderhoud. Het effect van deze maatregelen is niet direct duidelijk, maar zal de komende jaren zichtbaar worden.

Aanpak van stoffen

Daarnaast moeten we samen met het Rijk kijken naar de nodige maatregelen voor de aanpak van stoffen. Hiervoor is vooral landelijk beleid nodig. Duidelijk moet worden welke stoffen moeilijk aangepakt kunnen worden omdat die alom tegenwoordig zijn of uit natuurlijke achtergrondbelasting komen. Bovendien moet een vergelijking met andere Europese landen gemaakt worden over de aan te pakken stoffen.

Was deze informatie nuttig?