Procedureverordening schadevergoeding Hunze en Aa’s 2010 - inleiding
Het waterschap zal altijd proberen haar taak zo te verrichten dat niemand schade lijdt. Toch kan het gebeuren dat sommige inwoners er toch nadeel van ondervinden. Een wijziging van de grondwaterstand b.v. kan voor het grootste deel van het peilgebied gewenst zijn, maar het is soms niet te voorkomen dat enkele percelen er qua waterbeheersing toch op achteruit gaan.
Daarom is in de Waterwet, die per 22 december 2009 is gaan gelden, artikel 7.14 opgenomen. Dat artikel geeft degene die schade lijdt door de rechtmatige taakuitoefening van het waterschap een recht op schadevergoeding, voor zover het niet redelijk is dat hij zelf de schade moet dragen.
Artikel 7.14 van de Waterwet regelt maar summier waar een verzoek om schadevergoeding aan moet voldoen: het moet een motivering bevatten en een onderbouwing van de gevraagde schadevergoeding. Het waterschap mag aanvullend regels stellen over de inrichting, indiening en motivering van een verzoek om schadevergoeding alsmede over de behandeling ervan en de wijze van beoordeling.
Het waterschap heeft van die mogelijkheid gebruik gemaakt door vaststelling van de Procedureverordening schadevergoeding waterschap Hunze en Aa’s 2010. De verordening is in werking getreden op 1 november 2010 en vervangt de Nadeelcompensatieverordening uit 2004.
De Procedureverordening regelt het volgende:
- de inhoud van het verzoek om schadevergoeding
- de instelling van een onafhankelijke commissie, die aan het dagelijks bestuur advies uitbrengt over de schadeclaim;
- de werkwijze van de adviescommissie en de omgekeerde bewijslast bij verzoeken om schadevergoeding als gevolg van gecontroleerde inundatie van een bergingsgebied;
- de mogelijkheid van afdoening zonder de adviescommissie;
- het verstrekken van een voorschot op het schadebedrag;
- de termijn waarbinnen op een schadeverzoek moet worden beslist;
- de mogelijkheid om besluiten tot toekenning van schadevergoeding in te trekken als achteraf blijkt dat die zijn genomen op basis van onjuiste feiten, gegevens of omstandigheden.
Artikel 7.14 van de Waterwet regelt maar summier waar een verzoek om schadevergoeding aan moet voldoen: het moet een motivering bevatten en een onderbouwing van de gevraagde schadevergoeding. Het waterschap mag aanvullend regels stellen over de inrichting, indiening en motivering van een verzoek om schadevergoeding alsmede over de behandeling ervan en de wijze van beoordeling.
Het waterschap heeft van die mogelijkheid gebruik gemaakt door vaststelling van de Procedureverordening schadevergoeding waterschap Hunze en Aa’s 2010. De verordening is in werking getreden op 1 november 2010 en vervangt de Nadeelcompensatieverordening uit 2004.
De Procedureverordening regelt het volgende:
- de inhoud van het verzoek om schadevergoeding
- de instelling van een onafhankelijke commissie, die aan het dagelijks bestuur advies uitbrengt over de schadeclaim;
- de werkwijze van de adviescommissie en de omgekeerde bewijslast bij verzoeken om schadevergoeding als gevolg van gecontroleerde inundatie van een bergingsgebied;
- de mogelijkheid van afdoening zonder de adviescommissie;
- het verstrekken van een voorschot op het schadebedrag;
- de termijn waarbinnen op een schadeverzoek moet worden beslist;
- de mogelijkheid om besluiten tot toekenning van schadevergoeding in te trekken als achteraf blijkt dat die zijn genomen op basis van onjuiste feiten, gegevens of omstandigheden.
Schade door het onrechtmatig handelen van het waterschap, b.v. door het onvoldoende onderhouden van watergangen en kunstwerken, valt niet onder artikel 7.14 van de Waterwet. De Procedureverordening is daarop ook niet van toepassing. Die claims gaan ter afhandeling naar de verzekeraar van het waterschap en kunnen zo nodig aan de civiele rechter worden voorgelegd.

