Lozingenbesluit
- Inleiding
- Glastuinbouw
- Lozingenbesluit open teelt en veehouderij
- Bodemsanering en proefbronnering
- Besluit Bodemkwaliteit
- Vaste objecten (bruggen)
Inleiding
Voor een aantal categorieën van bedrijven zijn in de Wet verontreiniging Oppervlaktewater (WVO) algemene regels gesteld, die de vergunningplicht opheffen (indien een bedrijf al een vergunning heeft blijft de vergunning van kracht).
De algemene regels zijn vastgesteld middels een besluit. Er zijn meerdere lozingenbesluiten. Klik op de links voor meer informatie over het voor u betreffende besluit.
Glastuinbouw
Het Besluit glastuinbouw is sinds 1 april 2002 van kracht. Het besluit vervangt de oude regelingen, zoals het Lozingenbesluit Wvo glastuinbouw, en vergunningen. In het Besluit zijn de milieudoelen opgenomen, waaraan de individuele telers in 2010 moeten voldoen. Er zijn doelen gesteld voor het verbruik van energie, gewasbeschermingsmiddelen en meststoffen. De telers moeten het verbruik hiervan registreren. Door middel van het meldingsformulier kunt u aangeven dat u een glastuinbouwbedrijf heeft of dat er veranderingen zijn doorgevoerd in uw bedrijfsvoering.
Lozingenbesluit open teelt en veehouderij
Iedereen in het buitengebied heeft rechtstreeks belang bij schoon oppervlaktewater. Om de verontreiniging van het oppervlaktewater terug te dringen is het Lozingenbesluit open teelt en veehouderij ingesteld. Dit besluit regelt met ingang van 1 maart 2000 de beperking van de uitstoot van bestrijdingsmiddelen en meststoffen, afkomstig van agrarische activiteiten, naar oppervlaktewater.
Het lozingenbesluit is van toepassing voor alle akkerbouwers, vollegrondsgroente- en bloementelers, fruittelers en veehouders, mits zij geen individuele vergunning hebben. Het besluit is ook van toepassing op een groot deel van de bloembollen- en boomtelers. In dit besluit staan maatregelen om de emissie van gewasbeschermingsmiddelen en meststoffen naar het oppervlaktewater te verminderen.
Verbouwt u gewassen of houdt u vee dan valt u in principe onder het besluit. U bent zelf verantwoordelijk voor het naleven van deze voorschriften.
De voorschriften hebben betrekking op het beperken van afvalwaterlozingen van het erf, het zorgvuldig spuiten en bemesten van gewassen en percelen en het aanhouden van teeltvrije zones langs watergangen. Wanneer uw percelen grenzen aan oppervlaktewater, dan moet u een teeltvrije zone aanhouden. De breedte van de teeltvrije zone is afhankelijk van het gewas en van de spuittechniek die wordt toegepast. Daarnaast zijn er voorschriften ten aanzien van zorgvuldig spuiten en bemesten. Het waterschap zal de naleving van het besluit controleren en handhaven.
In het Lozingenbesluit Open Teelt en Veehouderij wordt het gebruik van driftarme doppen voorgeschreven. Driftarme doppen beperken het verwaaien van bestrijdingsmiddelen en bladbemestingsmiddelen tijdens het bespuiten van landbouwgewassen. Per 1 november 2001 is het gebruik van driftarme doppen bij het bespuiten van landbouwgewassen verplicht.
Bodemsanering en proefbronnering
In het lozingenbesluit Wvo bodemsanering en proefbronnering vervangt de vergunningplicht voor het lozen van verontreinigd grondwater op riolering van bepaalde catergorieeën bodemsaneringen en proefbronneringen. De reikwijdte van het besluit is afhankelijk van de duur van de lozing en het te lozen debiet. Directe lozingen op oppervlaktewater vallen niet onder het besluit en blijven dus vergunningplichtig.
Besluit Bodemkwaliteit
Bij het gebruik van bouwstoffen of grond in oppervlaktewater of in de bodem kan het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing zijn. Voor bepaalde werkzaamheden in oppervlaktewater is het dan verplicht om voorgenomen werkzaamheden te melden.
Het Besluit bodemkwaliteit streeft naar duurzaam bodembeheer. Daarom stelt het Besluit randvoorwaarden aan het toepassen van bouwstoffen op of in de bodem en in oppervlaktewater. Dit voorkomt ongewenste verspreiding van stoffen naar het milieu. Ook geeft het Besluit duidelijkheid over het hergebruik van afvalstoffen als bouwstof. Het toepassen van bouwstoffen is vereenvoudigd, doordat het beleidskader is losgekoppeld van het beleid voor grond en baggerspecie.
Het Besluit bodemkwaliteit streeft naar duurzaam bodembeheer. Daarom stelt het Besluit randvoorwaarden aan het toepassen van bouwstoffen op of in de bodem en in oppervlaktewater. Dit voorkomt ongewenste verspreiding van stoffen naar het milieu. Ook geeft het Besluit duidelijkheid over het hergebruik van afvalstoffen als bouwstof. Het toepassen van bouwstoffen is vereenvoudigd, doordat het beleidskader is losgekoppeld van het beleid voor grond en baggerspecie.
De volgende toepassingen van bouwstoffen moeten worden gemeld:
• het toepassen van IBC-bouwstoffen (IBC-bouwstoffen mogen alleen worden toegepast door het treffen van isolatie-, beheers- en controlemaatregelen). Het toepassen van IBC-bouwstoffen in oppervlaktewater is overigens verboden.
• het hergebruik van bouwstoffen door dezelfde eigenaar.
• het toepassen van IBC-bouwstoffen (IBC-bouwstoffen mogen alleen worden toegepast door het treffen van isolatie-, beheers- en controlemaatregelen). Het toepassen van IBC-bouwstoffen in oppervlaktewater is overigens verboden.
• het hergebruik van bouwstoffen door dezelfde eigenaar.
Uitzonderingen grond en baggerspecie
Voor alle toepassingen van grond en baggerspecie geldt ook een meldingsplicht, met uitzondering van:
• de toepassing van grond of baggerspecie door particulieren;
• het toepassen van grond of baggerspecie binnen een landbouwbedrijf als de grond of baggerspecie afkomstig is van een tot dat landbouwbedrijf behorend perceel grond waarop een vergelijkbaar gewas wordt geteeld als op het perceel grond waar de grond of baggerspecie wordt toegepast;
• het verspreiden van baggerspecie uit een watergang over de aan de watergang grenzende percelen;
• het toepassen van schone grond en baggerspecie in hoeveelheden kleiner dan 50 m3.
Voor het toepassen van schone grond en baggerspecie in hoeveelheden groter dan 50 m3 moet eenmalig de toepassingslocatie worden gemeld.
Voor alle toepassingen van grond en baggerspecie geldt ook een meldingsplicht, met uitzondering van:
• de toepassing van grond of baggerspecie door particulieren;
• het toepassen van grond of baggerspecie binnen een landbouwbedrijf als de grond of baggerspecie afkomstig is van een tot dat landbouwbedrijf behorend perceel grond waarop een vergelijkbaar gewas wordt geteeld als op het perceel grond waar de grond of baggerspecie wordt toegepast;
• het verspreiden van baggerspecie uit een watergang over de aan de watergang grenzende percelen;
• het toepassen van schone grond en baggerspecie in hoeveelheden kleiner dan 50 m3.
Voor het toepassen van schone grond en baggerspecie in hoeveelheden groter dan 50 m3 moet eenmalig de toepassingslocatie worden gemeld.
Zorgplicht
Onder alle omstandigheden moet bij het toepassen van grond en baggerspecie en het verspreiden van baggerspecie de wettelijke zorgplicht in acht worden genomen. Dit geldt overigens ook voor bouwstoffen. Deze zorgplicht betekent dat iedereen die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat nadelige gevolgen kunnen optreden als gevolg van een toepassing, maatregelen moet nemen om verontreiniging te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Voor toepassing in oppervlaktewater is een specifieke zorgplicht in het Besluit opgenomen. De zorgplicht vormt een vangnet voor situaties waarin sprake is van onzorgvuldig handelen, zonder dat een specifiek wettelijk voorschrift wordt overtreden. Zo kent het Besluit geen normen voor bijvoorbeeld nutriënten. In het kader van de zorgplicht moet desondanks voorkomen worden dat negatieve effecten op bijvoorbeeld de waterkwaliteit ontstaan. Daarnaast heeft de zorgplicht tot doel om te voorzien in een vangnet voor lozingen in oppervlaktewater, die als bijkomend gevolg van een toepassing ontstaan.
Onder alle omstandigheden moet bij het toepassen van grond en baggerspecie en het verspreiden van baggerspecie de wettelijke zorgplicht in acht worden genomen. Dit geldt overigens ook voor bouwstoffen. Deze zorgplicht betekent dat iedereen die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat nadelige gevolgen kunnen optreden als gevolg van een toepassing, maatregelen moet nemen om verontreiniging te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Voor toepassing in oppervlaktewater is een specifieke zorgplicht in het Besluit opgenomen. De zorgplicht vormt een vangnet voor situaties waarin sprake is van onzorgvuldig handelen, zonder dat een specifiek wettelijk voorschrift wordt overtreden. Zo kent het Besluit geen normen voor bijvoorbeeld nutriënten. In het kader van de zorgplicht moet desondanks voorkomen worden dat negatieve effecten op bijvoorbeeld de waterkwaliteit ontstaan. Daarnaast heeft de zorgplicht tot doel om te voorzien in een vangnet voor lozingen in oppervlaktewater, die als bijkomend gevolg van een toepassing ontstaan.
Agrariërs en particulieren
Agrariërs en particulieren vormen bij het onderdeel grond en baggerspecie een bijzondere doelgroep. Zij zijn namelijk vrijgesteld van de volgende verplichtingen:
• de onderzoeksplicht naar de kwaliteit van grond en baggerspecie en de ontvangende bodem;
• de meldingsplicht van het toepassen van grond en baggerspecie.
De zorgplicht blijft voor agrariërs en particulieren overigens wel gelden! Hoewel de kwaliteit niet hoeft te worden aangetoond, moet wel worden voldaan aan de kwaliteitseisen van het Besluit. Wanneer er vermoedens of aanwijzingen zijn dat de kwaliteit van een partij grond of baggerspecie niet voldoet aan de eisen van het Besluit, kan de handhaver de kwaliteit controleren en indien nodig handhavend optreden.
Agrariërs en particulieren vormen bij het onderdeel grond en baggerspecie een bijzondere doelgroep. Zij zijn namelijk vrijgesteld van de volgende verplichtingen:
• de onderzoeksplicht naar de kwaliteit van grond en baggerspecie en de ontvangende bodem;
• de meldingsplicht van het toepassen van grond en baggerspecie.
De zorgplicht blijft voor agrariërs en particulieren overigens wel gelden! Hoewel de kwaliteit niet hoeft te worden aangetoond, moet wel worden voldaan aan de kwaliteitseisen van het Besluit. Wanneer er vermoedens of aanwijzingen zijn dat de kwaliteit van een partij grond of baggerspecie niet voldoet aan de eisen van het Besluit, kan de handhaver de kwaliteit controleren en indien nodig handhavend optreden.
Meldingen
Degene die grond of baggerspecie gaat toepassen moet dit ten minste vijf werkdagen van te voren melden via het landelijk Meldpunt bodemkwaliteit www.meldpuntbodemkwaliteit.senternovem.nl. Hier vindt u ook nadere informatie over het melden, zoals welke gegevens moeten worden gemeld en de meldingsformulieren.
Iedere melding wordt direct (elektronisch) doorgezonden aan het bevoegd gezag (college van burgemeester en wethouders en waterkwaliteitsbeheerder) en aan degenen die belast zijn met het toezicht op de naleving. Het bevoegd gezag controleert de meldingen. Wanneer de gemelde toepassing niet in overeenstemming is met het lokale beleid of wanneer de aangeleverde informatie van onvoldoende kwaliteit is, dan moet het bevoegd gezag dit binnen vijf werkdagen aangeven.
Degene die grond of baggerspecie gaat toepassen moet dit ten minste vijf werkdagen van te voren melden via het landelijk Meldpunt bodemkwaliteit www.meldpuntbodemkwaliteit.senternovem.nl. Hier vindt u ook nadere informatie over het melden, zoals welke gegevens moeten worden gemeld en de meldingsformulieren.
Iedere melding wordt direct (elektronisch) doorgezonden aan het bevoegd gezag (college van burgemeester en wethouders en waterkwaliteitsbeheerder) en aan degenen die belast zijn met het toezicht op de naleving. Het bevoegd gezag controleert de meldingen. Wanneer de gemelde toepassing niet in overeenstemming is met het lokale beleid of wanneer de aangeleverde informatie van onvoldoende kwaliteit is, dan moet het bevoegd gezag dit binnen vijf werkdagen aangeven.
Vaste objecten (bruggen)
Het Lozingenbesluit Wvo vaste objecten geeft regels voor reinigings- en conserveringswerkzaamheden aan vaste objecten die in, boven of nabij oppervlaktewater staan. Het besluit is in werking getreden op 1 maart 1998. Het besluit is gebaseerd op de Wet verontreiniging oppervlaktewateren en is daarom niet van toepassing op objecten boven land. Ook is het besluit niet van toepassing op hoogspanningsmasten.
Informatie over het Besluit Bodemkwaliteit
Contact opnemen: Rein Vrieze of Richard Miller van het waterschap, tel.nr 0598-693800
Contact opnemen: Rein Vrieze of Richard Miller van het waterschap, tel.nr 0598-693800

